Over hoogbegaafdheid wordt gelukkig steeds meer geschreven en gesproken. Over zeer hoogbegaafde volwassenen veel minder. Terwijl juist daar regelmatig een gevoel speelt dat ik vaak terug hoor in gesprekken:
“Zelfs hier voel ik me anders.”
Bij hoogbegaafdheid wordt uitgegaan van een IQ vanaf 130. Bij zeer hoogbegaafdheid van een IQ vanaf ongeveer 145. Daarmee gaat het om een relatief kleine groep. Naar schatting ongeveer 1 op de 1000 mensen.
Toch zie ik steeds vaker zeer hoogbegaafde volwassenen in mijn praktijk. Mensen die vaak veel verantwoordelijkheid dragen, snel denken, complexe vraagstukken doorzien en brede interesses hebben. Regelmatig professionals met indrukwekkende loopbanen, veel kennis en een scherpe analyse.
Van buiten ziet dat er meestal succesvol uit.
Onder die buitenkant spelen vaak heel andere vragen.
“Maar waar ben ik nou eigenlijk écht goed in?”
Opvallend is hoe lastig veel zeer hoogbegaafde volwassenen het vinden om hun eigen talenten serieus te nemen.
Omdat veel zo vanzelf gaat.
Het snelle denken. Het leggen van verbanden. Het oppakken van nieuwe informatie. Het zien van nuances. Voor iemand zelf voelt dat vaak logisch en normaal. Alsof iedereen dat doet.
Meestal is dat niet zo.
Daardoor ontstaat er gemakkelijk onderschatting van de eigen kwaliteiten. Complimenten komen soms nauwelijks binnen. Of iemand denkt vooral:
“Ja, maar dit stelt toch niet zoveel voor?”
Terwijl de omgeving ondertussen denkt:
“Hoe dóé je dat?”
De combinatie van snelheid en gevoeligheid
Bij zeer hoogbegaafdheid gaat het vaak over meer dan alleen intelligentie.
Ik zie regelmatig een combinatie van enorme cognitieve diepgang en sterke gevoeligheid. Snel complexe verbanden zien, voortdurend nuances opmerken en haarfijn aanvoelen waar iets niet klopt.
Dat heeft voordelen. Veel zeer hoogbegaafden zijn creatief, origineel, analytisch sterk en in staat om snel tot de kern te komen.
Het vraagt ook veel.
Zeker in omgevingen waar tempo, communicatie of denkwijze sterk verschillen. Dan ontstaat er regelmatig aanpassing. Vertragen. Samenvatten. Minder zeggen dan je eigenlijk denkt. Of eerst drie stappen teruggaan voordat een ander kan volgen.
Veel zeer hoogbegaafden leren dat al jong.
Zo vanzelfsprekend soms, dat ze nauwelijks meer merken hoeveel energie daarin gaat zitten.

Waarom herkenning vaak laat komt
Opvallend genoeg herkennen veel zeer hoogbegaafde volwassenen zichzelf lange tijd niet in informatie over hoogbegaafdheid.
Sommigen functioneren goed op school of werk en lopen daardoor onder de radar. Anderen hebben zich jarenlang aangepast aan hun omgeving. Er zijn ook mensen die hun eigen snelheid of diepgang als normaal beschouwen, omdat ze nooit anders hebben gekend.
Pas wanneer ze ontwikkelingsgelijken ontmoeten, ontstaat er soms herkenning.
Eindelijk gesprekken waarin niemand hoeft af te remmen. Waar complexiteit geen uitleg nodig heeft. Waar associatieve sprongen vanzelf gevolgd worden.
Dat geeft vaak rust.
Omdat ervaringen beter op hun plek vallen.
Coaching bij zeer hoogbegaafdheid
In mijn praktijk coach ik regelmatig hoogbegaafde en zeer hoogbegaafde volwassenen die vastlopen in werk, energie of richting.
In coaching gaat het voor mij niet om het “bewijs” van zeer hoogbegaafdheid. Ook niet om slimmer zijn dan anderen.
Veel belangrijker is de vraag:
hoe werkt jouw manier van denken, voelen en waarnemen door in werk en leven?
Waar verlies je energie?
Waar pas je je voortdurend aan?
Welke talenten zijn zo vanzelfsprekend geworden dat je ze zelf nauwelijks meer ziet?
Daar ontstaat vaak beweging.
Door scherper zicht te krijgen op wat werkelijk bij iemand past.





